2 culturen in 7 stappen

Soms vraag ik me wel eens af waarom ik in Andalusië woon. Het is toch niet alleen maar vanwege het klimaat? Hoe begon het ook weer? Ik kwam, ik zag en ik bleef. Het was ‘warmer leven’ in meerdere betekenissen. Ik was geraakt door het menselijk contact, alsof ik na een lange winterslaap in Amsterdam weer tot leven werd gewekt. Ik werd hier begroet op straat door wildvreemde mensen terwijl in Amsterdam zelfs mijn naaste buren me straal voorbij liepen alsof ik onzichtbaar was. Ik heb hier geleerd hoe je de tijd kan nemen voor iedereen. Het is soms onbeleefd om na een korte groet door te lopen, je vraagt wat naar de familie en babbelt wat over het weer, om na een tijdje te zeggen ‘pues nada, aqui estamos’. (‘verder niets, hier zijn we’). Het is de moorse traditie, die hier natuurlijk eeuwenlang van grote invloed is geweest (en waar de westerse wereld nu zo bang voor is!)

Maar hoe kwam ik hier terecht? Het is een veel gestelde vraag.

Ik maakte voor het eerst kennis met Andalusië op een vakantie in juni 1995. Een vriendin had min of meer deze bestemming bepaald want ik wilde voornamelijk even weg van alle drukke werkzaamheden en de chronische onrust van de stad. Op aanraden begonnen we onze vakantie in Ronda en daar gebeurde het. Ik werd betoverd. Die avond dat ik aankwam was net de lokale jaarlijkse ‘Romería’ begonnen. (Dit is een soort bedevaart waarin de patroonheilige van de stad op een draagbaar naar een kapelletje buiten de stad/dorp wordt gebracht, haar zomerresidentie zeg maar.) Maar daar wist ik toen nog niets van. Wel zagen mijn vriendin en ik allemaal mannen en vrouwen ‘in klederdracht’, althans ze waren gekleed als die poppen die mijn oma ooit voor mij als kind had meegenomen. We dachten eerst nog aan een toeristische attractie, maar ze leken absoluut niet met ‘ons’ bezig te zijn. We besloten een aantal van die jurken te volgen en belandde in een prachtige oude kerk, die vol zat met jurken en hoeden die een flamenco gezongen mis bijwoonden. Na afloop werd de ‘Virgen de la Cabeza’, op een kleine draagbaar door bloemen omringd, door een tiental lokale maagden met zichtbare moeite de kerk uitgedragen. Uiteindelijk begrepen we dat deze maagd de volgende dag een 10 km lange wandeling zou gaan maken (op een grotere draagbaar en gedragen door mannen).

De volgende dag zei ik al, tijdens deze wandeling die we met onze camera’s in de hand volgden, tegen mijn vriendin dat ik hier best wel zou kunnen wonen (waarop zij schamper lachte ‘dat kan je toch helemaal niet zo snel weten!’). Maar ik zag een nieuw leven zonder het nog echt te weten. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik overwogen beslissingen heb genomen in deze grote verandering, maar het was als een trein waar ik in móest stappen. Alle signalen wezen me naar deze nieuwe weg. Ik ontmoette in dat eerste weekend, tijdens die Romería, op wonderbaarlijke wijze allerlei mensen die in Ronda woonden en met de meesten ben ik nog steeds bevriend. Zij hebben me door hun vriendschap overtuigd dat het maar een hele kleine stap is van Amsterdam naar hier.

Als eerste woonde ik in een gehucht, 20 km van Ronda, met hooguit 800 inwoners. Toeristen hadden ze daar nog niet veel gezien. Wel woonde er een Engelsman die ik had leren kennen en hij is als een katalysator voor mijn eerste stappen geweest. Hij moest die zomer op reis en bood mij zijn huis aan voor een aantal maanden. Stap 1 was al gezet en stap 2 was nu niet moeilijk. Ik vertrok dan ook ruim een maand na mijn vakantie weer naar Spanje met een koffer vol studieboeken, plannen om een nieuw project in Amsterdam uit te werken en later weer terug te komen naar Nederland. Eigenlijk zoals ik het al jaren aan het doen was met mijn reizen naar Australië. Ondanks mijn voornemens om aan het nieuwe project te werken (een tweede tentoonstelling opzetten met en voor Aboriginal kunstenaars), heb ik me in die twee maanden daar geen seconde op kunnen concentreren. Veel te druk bezig met het ontginnen van die andere cultuur, taal, mensen en niet in de laatste plaats de shock van stad naar gehucht.

Die winter weer terug in Amsterdam heb ik toen een paar knopen doorgehakt. Ik droeg de stichting (mijn kindje) over aan anderen, zocht buro’s voor het verhuren van mijn huis en zocht een huurhuisje in Spanje. Stap 3, 4 en 5 waren emotioneel, maar niet drastisch, want ik kon toch altijd weer terugkomen als het niet beviel? In mijn 14 jaar oude Opeltje vertrok ik op 41-jarige leeftijd op donderdagochtend 7 maart 1996 richting het zuiden. Een weg die ik goed kende en al heel erg vaak had gereden, weliswaar altijd door naar Portugal en zo weinig mogelijk tijd ‘verspillend’ in Spanje!. Ik voelde me on top of the world en bruiste van de energie. Zaterdagavond kwam ik moe maar voldaan aan en bekeek met voldoening mijn snoeperige huurhuisje,  in hetzelfde gehucht als ervoor en met de Engelsman als nabije buurman. Hij had de ‘kettle’ al opgezet voor de eerste in de lange rij kopjes thee die we samen hebben gedronken.

De volgende ochtend werd ik wakker met een gevoel van opperste vervreemding. Het enige dat in me opkwam was om zo snel mogelijk ergens (anders) een veilige plek te gaan zoeken. Maar de tweede dag glimlachte het leven me toe. Ik liep naar het dakterras en wist mijzelf op een van de mooiste plekken van de wereld. Als ik daar niet zelf stond, zou ik jaloers op me worden.

Een jaar heb ik in dat huisje gewoond, met alle vertwijfelingen, geluksmomenten en diepe wanhoop en toen leek het weer een logische stap (6) om dat prachtige stuk grond aan de rand van het dorp te kopen en van die ruïne mijn eigen huisje te (laten) bouwen. Toen mijn huis bijna af was, leerde ik mijn huidige man kennen (stap 7?!) die ab-so-lúút niet in dat gehucht wilde wonen! Maar na wat rumoerige eerste jaren en kort na de bevalling van onze zoon hebben we ons gezamenlijke plekje gevonden iets dichter in de buurt van Ronda. Deze prachtige stille vallei, op loopafstand van een aangenaam en levendig dorp, waar ons kind zo heerlijk opgroeit, is nu mijn thuis, mijn ‘centre of the universe’.

Mis je Nederland niet? Het is een veelgestelde vraag. Het antwoord moet ik vaak schuldig blijven. Nee, ik mis mijn oude leventje in Nederland niet. Ja, ik mis soms mijn oude vriend(inn)en. Nee, ik mis het stadsleven niet. Ja, ik mis soms de cultuur en de waanzinnige energie die Amsterdam kán geven. Ja, ik ben hier heel erg gelukkig en voel me thuis. Ja, soms voel ik me een buitenstaander en wil ik niemand begrijpen. Nee, ik kijk niet veel Spaanse televisie, heb bijna geen energie voor Spaanse boeken en luister ook weinig Spaanse muziek. Maar ja, ik praat wel de godganse dag Spaans met mijn Spaanse man en mijn Spaanse kind (ik heb hem geen Nederlands geleerd, ja stom hè!) in mijn Spaanse omgeving en heb een internationale vriendenkring en veel ‘wisselende contacten’ met Franse, Engelse, Nederlandse, Duitse, Amerikaanse, Spaanse, Portugese vakantiegangers die ons vakantiehuis huren. Hoe ver kan je gaan in het oprekken van je taalknobbels?

Vroeger schreef ik veel in dagboeken en van mijn reizen heb ik bijna altijd kopieën bewaard van de brieven die ik aan mijn vrienden schreef. Nu blog ik en zit op social media, veelal in het Nederlands, want die moedertaal, die wil ik voor geen goud kwijtraken, daarin voel ik me toch het meeste thuis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s