Archief: Kunstvervalsing?

(Bij het opruimen van oude papieren kom ik soms verhalen tegen die ik de moeite waard vind om te bewaren. Ze zullen in dit blog verschijnen onder de noemer ‘Archief: ..(titel)’
Dit verhaal speelt zich af in Australië, begin december 1994, waar ik op zoek ging naar antwoorden rondom de ophef van al dan niet vervalste schilderijen van een belangrijke en als eerste tot in New York doorgebroken kunstenaar uit die tijd, Clifford Possum Tjapaltjarri. Ik had werken van (al dan niet) zijn hand hangen op de door mij samengestelde tentoonstelling ‘Desert Tracks, Aboriginal kunst uit centraal Australië’, voor het eerst te zien in september 1993 in de Zuiveringshal van de Westergasfabriek. Clifford Possum is intussen in juni 2002 overleden. Lees verder over Clifford Possum

Het was een redelijk comfortabele vlucht, voor zover dat althans gedurende 24 uur mogelijk is in een vliegtuig. Ik zat in ieder geval bij het raam en de middelste stoel van de rij was onbezet. Op stoel nummer 3 zat een aardige meneer die zijn zaad over de wereld verspreidde. Het was een familiebedrijf zei hij. Hij was zojuist met zijn broer al naar Frankrijk en Spanje geweest en nu vloog hij naar Melbourne om het exclusieve contact voor hun bloemkoolzaadjes te verlengen.

Bij aankomst in Melbourne, op maandagochtend 5 december 1994, kwam ik er achter dat de schilderijen niet waren meegekomen. Ze zaten, zoals altijd, opgerold in een golftas, die maar niet over de band kwam rollen. Ik schoot niet in paniek, het was me al veel vaker gebeurd en bedacht me dat ik op mijn reizen naar Austalië vaker niet dan wèl met al mijn bagage was aangekomen. Ik deed aangifte en alleen bij de vraag of de bagage verzekerd was, kreeg ik het even wat benauwd. Nee, niet aan denken..

Ik werd opgewacht door mijn vriendin Robin. Het leukste van een over de wereld verspreide vriendenkring is toch altijd weer het weerzien. Het zijn intense momenten vol van warmte en toch voelt het ook vaak alsof je elkaar vorige week nog hebt gezien. We zijn even samen gaan zwemmen en daarna liet ze me in haar huis achter, zelf moest ze een paar dagen weg voor werk. In dat heerlijk stille huis ben ik even gaan slapen. Een uurtje of zo, dacht ik nog voordat ik mijn ogen dicht deed. Om half 7 ’s avonds word ik weer wakker, het is 10 uur later en ik ben geheel gedesoriënteerd. Snel gedoucht en hollend nog wat boodschappen gedaan, voor zover de 37º hitte dit soort excessieve lichaamsbeweging toestaat. Heb de boodschappen even thuis neergezet en gebeld naar het vliegveld. De tas was intussen gelokaliseerd en bleek in Perth te zijn aangekomen. Mogen zal het aan huis afgeleverd worden. Dat is in ieder geval één zorg minder. Voor de verdere afhandeling van de kwestie zit ik mij nu mentaal voor te bereiden, terwijl ik in een café op de hoek zit. Ik weet niet zo goed wat ik wil drinken, het voelt als ’s ochtends vroeg, maar het is natuurlijk al ruim borreltijd. Ik sluit een compromis door een jus d’orange met wodka te bestellen. Ik bewonder de een-armige ober, de eerste ik ik ooit heb gezien in de horeca. Bij het afrekenen, blijk ik mijn geld te hebben vergeten in huis. “No worries, breng het straks maar” is de onstadse reactie van de ober.
Vanavond zal ik een paar telefoontjes moeten plegen om de afspraken voor later in de week te regelen. Nu mag ik even tv kijken. Mijn favoriete zender in Melbourne is de multiculturele SBS, maar eerst moet ik wel wachten totdat de Nederlandse serie ‘Say Ah…’ is afgelopen..

Op dinsdag 6 december is het 39º. De stad zucht en kreunt onder de plotselinge hittegolf. Het waait behoorlijk hard en het lijkt daardoor alsof je constant tegen een blazende haardroger aanloopt. Al mijn ledematen zijn door de lange vlucht nog opgezwollen en ik doe daarom niet meer dan het hoogst noodzakelijke. Telefoneren tussen de siëstas door lukt nog net.
Ik bel met Colin Golvan, de advokaat die bereid is te bemiddelen. De bedoeling is dat we een bijeenkomst houden op zijn kantoor met Clifford, de kunstenaar, en Joy, die mij de schilderijen als authentiek zijnde had uitgeleend. Via Vivien Johnson, die een biografie van Clifford Possum heeft geschreven, en wat voor mij had bemiddeld, had ik begrepen dat Clifford hiertoe bereid was. Nu moest ik Joy nog zien over te halen maar ze had me nog niet gebeld.

Colin legde me uit dat er twee zaken spelen. Ten eerste mijn eventuele schadeclaim op Joy, vanwege het in gevaar brengen van de goede naam van de stichting. Ten tweede, de schilderijen teruggeven aan de rechtmatige eigenaar, aan Joy dus, maar tevens daarbij regelen dat ze niet weer onverhoeds op de markt opduiken. Maar hoe doe je dat? De enige die in zo’n geval actie kan ondernemen is de kunstenaar zelf. En het ziet er niet naar uit dat Clifford dit wil. Daarom wil ik morgenochtend eerst bij hem langs gaan, met de doeken, en wil ik hem persoonlijk ontmoeten voor we naar de advokaat gaan. Ik zou hem willen observeren als hij naar de schilderijen kijkt en zijn oordeel geeft. Bovendien wil ik natuurlijk ook graag weten voor wie ik dit allemaal doe. Vanwege van mijn nieuwsgierigheid, mijn gevoel voor rechtvaardigheid en, niet in de laatste plaats, mijn zin in avontuur, wil ik wil zien hoe de grootste centraal Australische kunstenaar leeft in een stad als Melbourne. Mijn vroegere romantische beeld daarbij, hoe hij buiten de stad in een hutje zou wonen in het natuurgebied de Dandenong bij voorbeeld, had ik door eerdere ervaringen wel al lang laten varen..

’s Avonds belt Joy mij vanuit Adelaide. Ze vertelt me dat ze van plan is om de schilderijen bij de politie als gestolen aan te geven en dat ik ze maar het beste de volgende ochtend bij het hoofdburo van politie in Melbourne kan afgeven. Ik ben verbijsterd en vermoed dat het een lang telefoongesprek gaat worden. We praten langdurig, althans, zoals het altijd bij haar gaat, zij praat en ik luister, terwijl ik in mijn hoofd naar allerlei wegen zoek om haar toch nog naar Melbourne te krijgen voor de afspraak bij de advokaat. Maar daar voelt ze niets voor. Niet omdat de doeken vals zijn, zegt ze, maar omdat het geen zin heeft. En dan volgt een warrig verhaal over hoe zij in feite voor de Aboriginal wet een van zijn echtgenotes is en hem daarom niet mag tegenspreken. Op mijn vraag waarom hij dan toch steeds zegt dat dit niet zijn doeken zijn, moet ze even nadenken en zegt dat het waarschijnlijk is omdat hij vindt dat hij nog geld van haar krijgt, hetgeen ‘natuurlijk absoluut niet waar is’. Hij wil haar schilderijen weer afpakken om ze vervolgens zelf weer te verkopen.

Ik weet absoluut niet wat ik moet denken. Alles is mogelijk. Ik voel me gevangen tussen twee vechtende honden en wil zo snel mogelijk mijn eigen positie veilig stellen. Ik zal in de komende dagen niet veel dichter bij de waarheid komen en voel de hele affaire uit mijn vingers glippen. Al die moeite en energie, mijn ‘dappere missie op zoek naar de waarheid’ eindigt weinig glorieus in een eindeloze beerput. Het wordt tijd om me met constructievere zaken te gaan bezighouden.

Woensdag 7 december 1994 Het weer is plotseling omgeslagen. Was het gisteren nog 39º, vandaag zakte het in de namiddag tot zo’n 15º. De spreekwoordelijke ‘vier seizoenen op een dag’ waar Melbourne om bekend staat, laat van zich spreken.
Om 10 uur kom ik zoals afgesproken bij het huis van Clifford aan. Frank, zijn personal manager zoals hij zichzelf noemt, doet onuitgeslapen de deur open. Het was een zware nacht. Clifford, gok- en drankverslaafd was pas om 7 uur thuisgekomen. “Voor Clifford zorgen is als voor een baby zorgen” zegt Frank verontschuldigend, “ik heb het er maar druk mee”. Clifford blijkt nog te slapen en Frank is duidelijk nog niet in staat om mij te ontvangen. Geeft niks, zeg ik, ik ga wel even een rondje om dan kan jij hem wakker maken. Na een half uur kom ik terug. Clifford is op en zit in een bijna lege kamer in het halfdonker op een stoel. De walm van drank hangt om hem heen. Hij zegt dat hij erg blij is om mij te zien, dat ik uit Europa ben gekomen om hem te ontmoeten. Ik kan hem slecht verstaan, zijn engels is niet al te best en ik spreek geen Anmatyerre, de taal die ze in de streek van Papunya spreken. De communicatie wordt er niet makkelijker op als Frank op sommige momenten door hem heen praat en op andere momenten nalaat te ‘vertalen’. Ik laat Clifford de schilderijen zien en probeer zijn gezicht te peilen als hij er naar kijkt. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om erachter te komen wat hij denkt. Zijn wilde haarbos valt half over zijn gezicht en zijn ogen zitten bijna dicht. Ik weet niet welk oog blind is en met welk oog hij kijkt. Het enige dat ik aan hem kan zien is dat hij kwaad is.

Hij zegt dat de schilderijen niet van hem zijn. Frank probeert mij ter overtuigen door op de symbolen te wijzen en zegt dat Clifford ze nooit zo schildert. Intussen weet ik al lang uit verhalen dat als Clifford dronken is en geen geld heeft, hij maar wat vaak wat schilderijen in elkaar flanst en ze inwisselt voor nieuwe drank. Het werk van geen enkele Aboriginal kunstenaar is (-in die jaren-) zo uitgebreid onderzocht als dat van Clifford Possum en de conclusies zijn meestal dat er geen constante kwaliteit in zijn werk is. In mijn ogen is Clifford pas overtuigend als hij van dichtbij kijkt naar de wijze waarop de doeken zijn geprepareerd. “I don’t know” zegt hij. En even later wat specifieker “I don’t know these paintings.. first time I see them”.

Hij wordt zichtbaar bozer en ik schrik even als hij mij dreigend aankijkt en zegt dat ik de doeken bij hem moet achterlaten. Frank sust de situatie door uit te leggen dat hij niet boos op mij is, maar op Joy. Ik leg hem voorzichtig uit dat ik aan die eis niet kan voldoen, want hij is niet de rechtmatige eigenaar en ik ben verplicht ze terug te geven aan Joy. Dan probeer ik hem over te halen er werk van te maken, aangifte te doen en te zorgen dat de doeken vernietigd worden. Maar daarin is hij in het geheel niet geïnteresseerd. Ik word moe en na een uur wil ik weg. Ik rol de schilderijen weer op en pak ze in. Gelukkig krijg ik geen tegenwerking. We spreken af dat ik toch ga proberen die afspraak bij de advokaat te regelen, maar voel me een hypocriet, want ik zal dit niet voor elkaar krijgen. Ik kan hem niet vertellen dat ik vermoedelijk morgen de schilderijen aan Joy zal verhandigen, omdat zij mij in een lastige positie drijft.
‘Henry Kissinger’ (zoals mijn vriend Djon Mundine*mij gekscherend noemde voor ik vertrok) keert terug van een mislukte missie… Diep treurig om te hebben gezien hoe zo’n traditionele man, die in zijn eigen omgeving een vooraanstaande rol als stamoudere zou hebben, nu zijn dagen slijt in een treurige flat in Melbourne suburbia, in een constante roes en met een vaag slaafje om zich heen.

Thuis maak ik een uitgebreide lunch, neem een glas wijn en zet de tv op een afleidende speelfilm, in de hoop om door bezinking tot bezinning te komen. Na afloop van de film besluit ik op bezoek te gaan bij Lin Onus** om door middel van een korte brainstorm de juiste beslissing te kunnen nemen. Ik bel hem op en vraag of het uitkomt. “I’d be delighted” was zijn charmante antwoord. Ik pak de tram naar het station en dan de trein naar de buitenwijk Upwey, ear Lin al meer dan 25 jaar woont. Het is een uur rijden met de trein door een aaneenschakeling van woonwijken. Deze stad is gróót!

Daar aangekomen bespreken we de netelige kwestie met Lin, zijn vriendin Jo, en met iedereen die maar binnen is of langs komt. Het doet me goed dat mijn dilemma serieus wordt genomen. Lin begrijpt precies wat de problemen zijn en dat die niet alleen van belang zijn voor Clifford Possums werk, maar ook voor de delicate balans binnen de kunstwereld. Dat wat je ermee doet verregaande gevolgen kan hebben voor alle Aboriginal kunstenaars. Als het werk van de grootste kunstenaars ‘besmet’ wordt verklaard, dan zal er tevens getwijfeld gaan worden aan de toch al zo kwetsbare authenticiteit van alle Aboriginal kunst.

Hij bevestigt mijn besluit dat ik zo snel mogelijk van die doeken af moet komen. teruggeven aan Joy lijkt hem geen probleem, zolang ik maar goede documentatie van de doeken heb. Hij meent dat dit eerder een zaak is voor de juridische afdeling van de Aboriginal Arts Management Association of he Australia Council for the Arts. Als ik die organisaties de documentatie kan geven, dan kunnen zij bij voorbeeld de gegevens doorspelen aan Interpol, waardoor gerenommeerde veilinghuizen als Christie’s en Sotheby’s direct weten over welke werken onduidelijkheid bestaat. Verder is het dan aan hen om eventuele verdere stappen te ondernemen en te onderzoeken hoe groot deze fraude is. Joy claimt tenslotte dat ze 140 werken van Clifford in haar bezit heeft.

De volgende ochtend, na een slechte nachtrust, stap ik in een taxi op weg naar Spencer Street Station voor een ontmoeting met Joy. Ik voel me een figurant in een goedkope thriller als ik het station binnenloop met een dikke rol schilderijen onder mijn arm. Stel dat het wèl echte Possums zijn, dan houd ik toch al gauw een paar honderduizend dollar onder mijn arm..
Na afloop weet ik nog steeds niet of zij nu al die jaren heeft zitten liegen tegen mij, als het zo is, dan is ze er erg goed in. Een weer overvalt me een enorme vermoeidheid.

Twee weken later, nadat ik eerst nog even lekker heb gesnorkeld in The Great Barriere Reef bij Townsville, Queensland, durf ik vanuit Alice Springs, waar in feite voor mij alles is begonnen, eindelijk Clifford te bellen. Ik vertel hem dat er voor mij niets anders op zat dan de doeken aan Joy terug te geven. “Nice work, well done” was het enige dat hij zei alvorens de hoorn op de haak te gooien.
Ik moest even denken aan wat Vivien Johnsen mij eens in een van onze telefoongesprekken zei: “Ooit ga ik over dit soort zaken (de kunstvervalsing) nog een boek schrijven… en dan ga ik emigreren!”

Voor meer informatie over vervalsingen van Aboriginal kunstwerken lees hier

* Djon Mundine is een van de meest gerenommeerde Aboriginal kunstkenners in Australië. Initiator van The Aboriginal Memorial, een nav de viering van het 200-jarig bestaan van Australië (“White Australia has a Black History” was de dubbelzinnige leus vanuit protesterend zwart Australië) gemaakte installatie van 200 beschilderde ‘dodenpalen’ die nu permanent bij de ingang van het Museum of Contemporary Art in Sydney staat.
Djon heeft een verbazingwekkende grote kennis van de verscheidendeid aan Aboriginal culturen en de daaruit voortvloeiende kunstvormen en is tot op vandaag nog van groot belang in de strijd om de erkenning van Aboriginal kunst als beeldende kunst t.o.v. ethnische kunst.

** Lin Onus (1948-1996) was van Schots-Aboriginal afkomst, opgegroeid in Melbourne. Een kunstenaar, die in zijn bijna surrealistische werk moderne beelden en technieken vermengde met de traditionele kunst, een symboliek die normaal gesproken alleen gebruikt mag worden door ingewijden en waar hij op latere leeftijd toestemming voor kreeg vanuit zijn vaders voorland Maningrida, Arnhem Land.
Hij is lange tijd voorzitter geweest van de Aboriginal Arts Board van the Australia Council for the Arts en heeft zich veel beziggehouden met copyright zaken, al jaren een hot issue in Australië

4 Reacties op “Archief: Kunstvervalsing?

  1. Heb ik ook net de lang (niet te lang) verhaal gelezen. Ik herinner me wel de tijd dat je bezig was met deze tentoonstelling, en het was een mooie tentoonstelling! Ik wist alleen niet van deze gebeurtenissen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s