Het eenzame gansje

Wij houden sinds jaren ganzen.
Ganzen zijn leuk.
En ganzen zijn lekker.

Ganzen zijn communedieren, ze doen en delen alles samen. Ze lopen samen op, met hun neuzen altijd dezelfde kant op, ze slapen bij elkaar in de buurt en gaan vlak bij elkaar hun nesten bouwen. Ze maken dan luidruchtig ruzie om het mooiste nest en er zit altijd wel een luie gans tussen die andergans’ nest afpikt ofwel om te broeden, ofwel om er hun eieren te leggen (koekkoeksganzen) zodat een ander ze kan uitbroeden. Zodra ze hun uiteindelijke beslissing qua nest hebben genomen, zijn ze echter volhardend en niets brengt hen van hun nest af. Eten en drinken doen ze in die periode nauwelijks.

Zodra de eerste kuikens worden uitgebroed, gaat ‘Manolo’ (ons alfa mannetje) aan het werk en verliest geen kuiken uit het oog. Hij beschermt de kuikens tegen jaloerse medeganzen, roept ze als ze te ver weg lopen en is uitermate fel tegen iedereen die te dichtbij komt in die periode. Tegen de tijd dat alle moederganzen zijn uitgebroed lopen er rond de twintig nieuwe ganzenkuikens rond en is iedereen weer een hechte groep, die altijd een buitenkring vormt rondom de kleine gansjes.

Dit voorjaar was er een moeder de gans, die pas ging broeden toen alle andere kuikens al vrolijk rondkwetterden. Ze hield stug vol, ondanks de verzengende hitte en uiteindelijk werden er ergens in juni (i.p.v. gebruikelijk april) vijf kuikens uitgebroed. Wij prezen haar doorzettingsvermogen en keken weer vertederd naar die parmantig wandelende pluizige gele bolletjes. Helaas verdwenen een voor een de ganzekuikens. Twee vonden we terug in de bek van onze kleinste hond, die erin geslaagd was onder het gaas door te kruipen op zoek naar lekkere hapjes. Maar twee andere kuikens troffen we niet veel later ook dood aan, zonder zichtbaar letsel, maar vermoedelijk doodgepikt door de twee maanden oudere kuikens.

En toen was er nog eentje over. Die leeft nog, maar heeft het verre van makkelijk. Ergens is blijkbaar een grens overschreden om 2 maanden te laat geboren te worden, waardoor hij niet geaccepteerd wordt door de groep. Ze laten hem pas als laatste bij het eten, als er dan nog iets over is. Hij mag pas drinken en baden als iedereen klaar is en loopt altijd in de buitenbocht van de groep mee, klaar om te vluchten als de anderen het op hem voorzien hebben. Zelfs zijn moeder heeft hem nu verstoten, om zelf weer terug te kunnen bij de groep. Nu het ’s nachts kouder wordt, horen we hem piepen, want hij moet alleen slapen en kan zich niet warmen aan de andere lichamen.

Maar hij is een overlever.
Des te treuriger is het dat zijn bestaansreden onze voedselvoorziening betreft…
Wij houden ganzen voor het vlees. Wij zijn geen vegetariërs, maar willen ook geen vlees uit de bioindustrie, dus we houden ‘ons vlees’ zelf aan huis.
Het liefst zou ik dit gansje uiteindelijk in leven laten, maar dat is een sentiment dat niet in ons boerenleven past. Maar ik zal het er toch nog eens met mijn man over hebben…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s