De Olijf, de Olie en de Onrechtvaardigheid

Bij koffie, thee en chocola weet iedereen tegenwoordig wel dat aan het begin van de keten de kleine boer op de plantage niet veel verdient met het verbouwen van de grondsstoffen. Ik denk ook dat iedereen eigenlijk wel weet – of zou moeten weten – dat kleine boeren sowieso niet veel verdienen, punt.


Hier in Spanje is het niet veel anders. Het is sappelen om een stuk land rendabel te maken en meestal lukt dat niet zonder een of andere vorm van subsidie. Boeren met veel land en de bijbehorende machineparken rooien het omdat ze draaien op subsidies. De subsidiegever dicteert bovendien elk jaar wat er geplant zou moeten worden. Vandaar dat je, als je door het Andalusische landschap rijdt, het ene jaar veld na veld vol ziet staan met, met hun rug naar de zon gekeerde, zonnebloemen. En het andere jaar wuift overal het graan lieflijk met de wind mee, waardoor het bijna uitnodigt om even een siësta te houden midden in dat zacht ogende graanveld. Of je ziet overal het harde groen van de tuinbonenvelden met hun subtiele wit-zwarte bloemetjes.
Maar afgezien van die subsidies ben je overgeleverd aan de grillen van de economie en de europese afspraken.

Met de olijfboeren gaat het niet anders. De marktprijs voor olijfolie was bij voorbeeld in 2005 heel hoog. Er werd ergens tussen de 60 en 70 eurocent per kilo olijven uitbetaald, afhankelijk van de rentabiliteit van de olijfsoort. Helaas is in de jaren na 2005 de prijs in noodvaart aan het kelderen geslagen. Vorig jaar was de kiloprijs ergens rond de 30 eurocent en dit jaar wordt een nog lagere kiloprijs verwacht. De verkoopprijs dekt dus bij lange na niet meer de produktiekosten.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het onderhoud van de boomgaard..

Een olijfplukker die als dagloner werkt krijgt een uurloon van ongeveer 6 euro. Als de olijven met de hand worden ‘geplukt’ worden er twee methodes gebruikt. De meest gebruikte methode is dat hij (ja, dat doen hij’s over het algemeen, vrouwen als Angela daar nagelaten) met een stok in de hand de olijven uit de bomen slaat. Dit is loeizwaar werk, ik heb het wel eens gedaan, maar kon het nooit langer dan een paar weinig produktieve uurtjes volhouden. Een andere methode is het zogenaamde ‘kammen’, hierbij wordt een kleine hark gebruikt waardoor de olijven als het ware van de takken gerist worden, minder zwaar maar ook minder effectief. Bovendien moeten (en dit zijn dan weer wel vaker) de vrouwen op ladders klimmen om bij de hoge takken te komen, waardoor er nog wel eens ongelukken gebeuren.


De olijven vallen op de grond, waar van te voren een paar grote netten rondom de boom is uitgestrekt. Zodra de boom leeg is worden de netten naar de volgende boom gesleept en na dit een aantal keer te herhalen (afhankelijk van hoe vol de bomen zijn) worden de netten geleegd. Dit kan vaak vrouwenwerk zijn, zeker als het bij voorbeeld bij een eigen boomgaard familiewerk is. Eerst worden de afgeslagen takjes uit de netten gevist en dan gaan de olijven in grote zakken (of kratten). Lege zakken van veevoer die elke boer gedurende het jaar opspaart.

Die worden dan in de auto geladen (ong.30 kilo per zak) en naar de ‘molen‘ gebracht.

Nogmaals, dit is de methode van de kleine boeren en particuliere eigenaren van een olijfparceeltje. De grotere bedrijven hebben tractoren, trilmachines, opleggers en sowieso altijd mensen in dienst, hoewel tijdens de ‘campagne’, de oogsttijd, er altijd wel wat extra krachten (lees Roemenen, Polen, Ecuatorianen etc) in de arm worden genomen.

Wij hebben niet onze eigen boomgaard. Zo rijk zijn we niet, maar in de omgeving zijn er genoeg mensen die het toch de moeite waard vinden om voor hun boomgaard te zorgen, omdanks dat het alleen maar geld kost en veel te weinig oplevert. Het zijn vaak buitenlanders die geen ervaring hebben maar wel willen genieten hun eigen olijfolie, of toch willen proberen om hun olijfboomgaard rendabel te maken. En wij bieden dan onze diensten aan. Francis plukt, ik rijd (naar de pers) en we doen het nodige papierwerk als men bij voorbeeld wil omschakelen op biologisch.

Mijn man is een natuurmens, hij moet buiten zijn en aan de biologische groentetuin die hij kweekt verdient hij niet veel. Want ook daar geldt dat het land niets opbrengt. Niemand kan en/of wil de prijs betalen voor de tijd en het handwerk van een kleine boer. Ook al eten we daar toch echt het lekkerste van.
En dus neemt hij in de winter, als er in de tuin weinig groeit, werk buitenshuis aan. En het liefst tussen de olijfbomen.

Maar er is een ding in deze maatschappij dat ik maar niet wil begrijpen.
Iedereen moet eten om in leven te blijven. Voedsel komt niet uit de lucht vallen. Het moet worden verbouwd, geplukt, gekweekt of verzameld. Daarvoor offeren boeren zich op. Want zo zie ik dat, ook al kiezen ze er zelf voor, ze krijgen niet naar waarde uitbetaald.
Hoe zou dit nou toch beter geregeld kunnen worden voor al die onmondige kleine boeren, vooral als je beseft dat de boer in de meeste gevallen geen politicus is en geen zakenmens en, afgezien van de boeren die een vrouw zoeken, geen beroemdheden zijn die aandacht kunnen opeisen.
Want de boer, die ploetert voort..

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s