Archief: Binnenvaart – 1

(Bij het opruimen van oude papieren kom ik soms verhalen tegen die ik de moeite waard vind om te bewaren. Ze verschijnen in dit blog onder de noemer ‘Archief: ..(titel)’

Deze serie dagboek fragmenten gaat over de laatste reis van het binnenschip de ‘Sperwer’ in het najaar van 1990, voordat het in het kader van de saneringsregeling opgelegd zou worden (lees: vernietigd). Lees dit voor een gepassioneerd verslag over dit soort schepen, de ‘Spitsen’!
De eigenaar van het schip was mijn toenmalige vriendje Leo, telg uit een schippersfamilie, die tien jaar lang dit schip in zijn eentje over de nederlandse, belgische en franse wateren heeft geloodst. Zelfs voor hem was dit in vele opzichten een onvergetelijke reis..)

Woensdag 10 oktober 1990 Mercuriushaven
Ineens sta ik in het ruim van de ‘Sperwer’ duizenden erwtjes aan te vegen, met geen ander gereedschap dan een bezem, schroevedraaier en een minuscuul stofzuigertje type grote broer van de kruimeldief. We moeten het schip klaarmaken voor een lading van 250 ton kunstmest met bestemming Vitry-le-François (noord Frankrijk).
Leo is ‘aan de reis’ en het gebeurde zo onverwacht dat we behoorlijk gestresst zijn geraakt. Toen we net op de kaart keken telden we heen en weer zo’n 110 sluizen, hetgeen voor het nodige oponthoud zal zorgen. Maar ik ben opgewonden over de komende reis. Voor het eerst ga ik grotendeels de hele reis meemaken en niet alleen maar korte stukjes aan en van boord gaan.
Ik zal moeten leren manoeuvreren, want bij veel sluizen zal Leo naar voren lopen en het zware touwenwerk doen terwijl ik achter het roer sta. Vooruit, achteruit, bakboord. stuurboord (eh– o ja, stuurrrboord rrrechts..), veel of weinig gas geven. Ik zal goed op zijn gebaren moeten letten, want hij zal bij het aanmeren zo’n 40 meter van mij vandaan staan om de instructies te geven.

Daarnaast zal ik via de marifoon veel conversaties aanhoren over hoeveel werk er waar is, gestremde kanalen en strenge bevrachtingsinspecteurs, weersverwachtingen en hoe snel je van hier naar daar kunt komen. Want er wordt wat afgepraat door die schippers.
Wanneer ze elkaar al varend signaleren of binnen een bepaalde regio verwachten elkaar tegen te komen, roepen ze elkaar op via het werkkanaal van de marifoon en schakelen dan over op het kletskanaal, waar ze hun nieuwtjes uitwisselen. Soms varen de schepen elkaar tegemoet en dan lopen ze beiden naar hun gangboord. De ene loopt van voren naar achteren en de andere andersom, zodat ze een tijdje naast elkaar staan totdat ze uiteindelijk bij het scheiden der schepen elkaar nog wat laatste begroetingen toeroepen.

Het zal de eenzaamheid van het beroep zijn.
Het is in ieder geval wat anders dan het stadse leven, maar ook deze ervaring zal wel ergens op zijn plaats vallen in mijn toch al rommelig bijeengeraapte algemene ontwikkeling.
Ik heb de strenge regel ingevoerd dat ik elke dag minstens een paar uur voor mijzelf uittrek, dan wil ik schrijven en/of lezen.

Maar eerst, vanavond om 20.oo uur gaan we laden en morgen vertrekken we vanuit de Ertshaven in Amsterdam.

Zaterdag 13 oktober 1990 Kanaal tussen Gent en Terneuzen
Met een kopje thee op bed, sigaretje bij de hand, heb ik me even teruggetrokken van alle plichten van de schippersvrouw. Ik ben sinds gisteravond weer terug aan boord, want ik had donderdag een etentje met de architecten en hulpploegen van de Vendex-driehoek, wat ik niet wilde missen. Na dit korte bezoekje aan Amsterdam ben ik in de sluis van Wemeldinge weer met de auto aan boord gekomen. Altijd spannend om het schip op te rijden, je zit als het ware even op een soort wip en ziet ook niet goed waar de korte kant van het schip eindigt (doen de remmen het wel goed..!!)

Vandaag hebben we het niet laat gemaakt en zijn om 17.30 in Lavendegem afgemeerd.

Zondag 14 oktober 1990 Lavendegem, Dishoek, Vlissingen
Omdat in het godsvruchtige België de sluizen op zondag niet draaien hebben we de zondag vrij genomen. We hebben een duinwandeling gemaakt op Zuid Walcheren, pannekoeken gegeten in Dishoek en pilsjes gedronken in Vlissingen. We volgden Leo’s roots en volgens hem zaten 15 jaar later nog steeds dezelfde mensen op dezelfde barkrukken, zuipend en blowend en luisterend naar Angie..

Maandag 15 oktober 1990 Sluis van Oudenaarde
We zijn vanochtend om 4 uur vertrokken uit de omgeving van Gent en liggen nu te wachten voor de sluis van Oudenaarde. Al sinds zaterdagmiddag varen we door een beerput die België heet. Het water is hier zo vreselijk vervuild, de kademuren zijn blauw, roze of groen uitgeslagen en er hangt een constante geur van rotte eieren, gekookte spruitjes, franse kaas, langdurig gedragen sokken en bedorven vis. Soms vrees ik dat de boel spontaan ontploft als ik een sigaret opsteek. Op een gegeven moment haperde de motor en moest Leo in z’n duikpak het water in om de schroef te ontdoen van luiers, touw, plastic zakken en andere rotzooi. Vaak door de binnenschippers zelf overboord gegooid.. Nog nooit heb ik water zo smerig gezien, en wonend aan de Amsterdamse grachten ben ik toch wel wat gewend.

Ik word er een beetje somber van.

-wordt vervolgd-

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s