Huizen en Hoven: Churchilllaan

Nu we beiden een full time baan hadden en steeds vaker logés uit Portugal kregen, was de tijd gekomen om een groter huis te zoeken. We wilden niet persé de Rivierenbuurt uit, want het was erg makkelijk om van daaruit naar de Haarlemmermeer te komen zonder eerst de stad te hoeven doorkruisen tijdens het spitsuur. En weer was het mijn vader natuurlijk die een nieuw groot huis voor ons vond. Dit keer boven de huurgrens, waardoor hij niemand (lees: de gemeente) verantwoording schuldig was. En dus ‘promoveerden’ we in 1978 naar de Churchilllaan 268 hs. Het was een fikse huur en een aantal jaren later zouden vooral de omhoogschietende gemeenschappelijke stookkosten (blokverwarming) ons in de problemen brengen, maar dat voorzag ik met mijn roze bril absoluut nog niet.

Het was een heerlijk groot, licht en luxe huis. Sfeervol gebouwd, met schuifdeuren met glas in loodramen en een prachtige parketvloer op de grond. Je kwam binnen in een heel klein halletje met een vloerluik om in de kruipruimte onder het huis te komen, waar de hoofdkraan van het water van het hele pand zat (dus iedere keer als er ergens in het pand iets met de waterleiding moest gebeuren dan kwamen ze in ons huis onder de vloer kruipen!). Achter de tochtdeur kwam je in een enorme grote hal, van waaruit de deuren naar de kamers lagen. Links de grote dubbele woonkamer, rechts de twee enorme slaapkamers met in het midden de keuken en recht vooruit de badkamer met de klassieke zwart-groene betegeling. Alles was typerend voor de ‘Wajer-huizen’. Via de slaapkamers en de keuken kwam je in de tuin, een behoorlijke oppervlakte voor een stadstuin, met aan het eind een ‘schuur’ die was omgebouwd tot klein appartement met slaapkamer en toilet en zelfs centrale verwarming. Iedereen blij, ook de katten, die nu eindelijk ècht naar buiten konden. Hoewel het uiteindelijk met poes Elsa niet goed is afgelopen, want tijdens een van de buurtwerkzaamheden waarbij het luik naar de kruipruimte én de buitendeur openstond, had iemand ook de tochtdeur opengelaten. Elsa is die dag verdwenen en we vermoedden dat het in de kruipruimte was waar ze niet meer de weg terug kon vinden; een eerste klein verdriet om een huisdier in een lange rij te gaan!

Het duurde niet lang voor zich de eerste logés aandienden. Ik kan me de volgorde niet meer herinneren, niet eens meer wíe er allemaal kortstondig of langdurig bij ons hebben gewoond. Maar twee mensen zijn me uit die Churchilllaan-tijd wel bijgebleven.

Jorge was een balletdanser en Lucio en hij kenden elkaar uit het weeshuis. Jorge wilde heel graag carriëre maken bij het ballet en vreesde dat dit hem in Portugal niet zou lukken. Hij had een soort stageplek bij het Scapinoballet voor elkaar gekregen, dankzij de inspanningen van een Nederlandse jongen met wie hij een relatie had. Het ging een tijd goed, hij danste en werkte hard en besloot bij zijn vriend in te trekken. Helaas liep dat falikant fout. Huilend stond hij weer voor onze deur. Zijn vriend wilde alleen maar sex, klaagde hij, maar daar had hij niet altijd zin in. Dus kregen ze ruzie. Het was onhoudbaar geworden. Hij kon weer bij ons in huis komen, maar toen begon die vriend te flippen. Hij dreigde Jorge bij de vreemdelingenpolitie aan te geven, hij belde honderden keren op een dag, en later ook ’s nachts. Ik kon geen telefoon meer horen, ik stond stijf van de stress. Uiteindelijk heeft Jorge het opgegeven en is hij teruggegaan naar Portugal. Maar wat een drama. Nog maandenlang raakte ik in paniek iedere keer dat de telefoon rinkelde in huis.

En toen kwam onze goede vriend Zé definitief over uit Beja. Hij had het daar helemaal gehad. Ruzie met zijn vader en zijn buik vol van het slaperige provinciestadje Beja. Zé en Lucio waren oude vrienden en hoewel Lucio een stuk ouder was, trokken ze vaak op met hetzelfde groepje vrienden. Wij hadden weer een kamer over in huis, dus de pingpongtafel (!) werd aan de kant gezet en Zé nam zijn intrek bij ons in huis. And then there were three. De buren vonden dat maar niks, zo’n ménage à trois, en dan ook nog met onduidelijke zuidelijke buitenlanders. Ik kreeg een anoniem briefje van een buurvrouw (dat moet een vrouw zijn geweest, een man verzint zoiets niet) dat ik me moest schamen om mijn ongewassen ramen met al die planten ervoor. ‘Hang toch gordijnen op!!!’, was de conclusie, terwijl ze natuurlijk liever had geschreven ‘rot toch op met je buitenlanders, hippie!’ (Of misschien bedoelde ze wel ‘Haal toch die rotplanten voor de ramen weg, dan kan ik zien wat je uitspookt!) Er waren roddels dat ik, als dochter van de huisbaas, daar lekker gratis woonde en er een orgastisch potje van maakte. De werkelijkheid was dat we keurig de volle huur betaalden en elke dag naar ons werk gingen.

Intussen was ik weer van baan veranderd en werkte ik op de Herengracht als intercedente bij het Uitzendburo Aktie 68. Ik schreef werkzoekenden in en zocht naar geschikte baantjes voor hen, naar gelang het werkaanbod. Ik vond het een leuke afwisselende baan. Het kantoor op de Herengracht was vooral gespecialiseerd in ongeschoold werk dus het volk dat binnen kwam lopen was niet zo tuttig als bijvoorbeeld het kantoor in Oost met hun onophoudende stroom aan Schroevers meisjes. Een van de grote klanten was de Heineken Brouwerij die bijna volledig leek te draaien op uitzendkrachten in de ploegendiensten. Het was nooit moeilijk om mensen te vinden voor de brouwerij, het was moeilijker om de mensen die daar op de zwarte lijst waren gekomen om wat voor reden dan ook (lees: dronkenschap) herhaald werken te weigeren! Omdat Portugal niet in de EU zat in die tijd, mocht ik geen portugezen aan het werk stellen, tenzij ze een werkvergunning konden tonen. Toen Zé echter hoognodig geld moest verdienen, heb ik hem een poosje als ‘italiaan’ in de brouwerij kunnen plaatsen. Het was een beginnetje. Later zou hij zich steeds meer op de muziek richten en zijn eigen studio starten. Maar toen had hij mijn beste vriendin Hanneke al leren kennen en waren ze samen gaan wonen en hebben uiteindelijk drie stoere zonen gekregen.

Eind jaren ’70, begin jaren ’80 kwam de disco-tijd volop in de picture. Mede in gang gezet door Saturday Night Fever (1977) bloeiden de discotheken weer op. Vooral de maandelijkse parties van Eddy de Clercq waren helemaal in. ‘Fully dressed’ was de code en dan maar uit je bol gaan in de Brakke Grond,  de Koer of bij het COC. Maar hier begonnen onze wegen langzaam maar zeker te scheiden. Ik werd depressief van de discobezoeken. Ik ben sowieso geen danser, ik kan het helaas niet laten om mijzelf steeds voor gek te zien staan, teveel bewust van mijn horkerigheid. Bovendien ontbreekt het mij aan dat soort uiterlijke ijdelheid en ben ik niet goed in borrelpraat. Kortom, de jongens gingen steeds vaker samen op stap, om dan diep in de nacht, of helemaal niet thuis te komen. Toen Zé meer zijn eigen vriendinnetjes begon te krijgen nam Lucio zijn gezelschap nachtvlinders mee naar het tuinhuisje waar verder werd gefeestbeest, of wat ze daar dan ook uitspookten. Het kon me op een gegeven moment ook niet veel meer schelen..

– wordt vervolgd –

2 Reacties op “Huizen en Hoven: Churchilllaan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s