Huizen en Hoven: Slaakstraat

Intussen was ik al lang weer van baan veranderd. Ik had weliswaar wat promotie gemaakt bij het uitzendburo en had een nieuw kantoor opgezet in Geuzenveld, maar uiteindelijk knelde het commerciële aspect een beetje en ik vond Geuzenveld toch wel èrg saai. Ik had iemand leren kennen die bij het Buro voor Rechtshulp in Haarlem werkte en zij vertelde me dat ze nog iemand op het secretariaat zochten. Als tegenhanger van het commerciële denken vond ik de sociale advokatuur wel een goeie nieuwe weg. Ik werd dan ook aangenomen en heb daar vier jaar met veel plezier gewerkt (van 1978-1982). Het werd mij daar ook mogelijk gemaakt om 4 dagen in de week te werken, wat ik met beiden handen aanpakte, vooral toen we op het secretariaat (na een training) zelf de intake gesprekken gingen voeren, om de werkdruk van de advokaten wat te verlagen. Dat was soms best zwaar en een emotionele belasting.

Het betekende wel minder inkomen en ons huis met de steeds maar stijgende stookkosten (die even hoog werden als de huur zelf!) werd een enorm blok aan het been. Via woningruil probeerden we een ander huis te vinden. We hadden een geweldige ruil voor ogen, met een jong gezin dat in de Hemonystraat woonde. Een prachtlokatie, vlak achter de Amstel en aan de kop van de Albert Cuypstraat. Helaas keurde mijn snobistische huisbaas (lees mijn vader en oom, elk foordeel heb z’n nadeel..) de ruil niet goed, waardoor ik maandenlang enorm boos ben geweest! Uiteindelijk was er een echtpaar op leeftijd dat bij ons om de hoek woonde, in de Slaakstraat, dat afgezien van een benedenwoning ook een huis ‘op stand’ zocht. Want ja, dat is toch echt niet hetzelfde, een woning op 1 hoog in een zijstraat of een begane grond woning in de ‘avenue’!

 

En zo betrokken we in 1981 de Slaakstraat 6′, niet geheel naar mijn zin, want ik was de tuttige Rivierenbuurt eigenlijk ontzettend zat en die mislukte ruil met de Hemonystraat zat me nog heel hoog. Maar dit huis was niet van mijn familie en dat vond ik toen een prettige bijkomstigheid. En eerlijk is eerlijk, het was ook weer een mooi huis. Wederom met een grote dubbele woonkamer met openslaande deuren naar het balkon en ruim zicht op een diepe binnentuin. Schuifdeuren naar een zijkamer, waar we onze slaapkamer maakten. Achterin de keuken en badkamer, met aangrenzend nog een kamertje. Een groot voordeel was dat het huis twee zolderkamers erbij had. We gingen dan weliswaar iets kleiner (voor de helft van de prijs!) wonen, maar qua totale oppervlakte scheelde het niet eens zo veel.

Het bruin, beige en antiek had intussen ruim plaats gemaakt voor grijs- en wittonen (gaap!). Gelukkig lag ook hier weer een parketvloer, niet zo’n mooie als op de Churchilllaan, maar wel erg handig. Luxaflex voor de ramen was het ook helemaal. Een maar één minimalistische plant in huis. Wel vaak een bos tulpen en bloemen op tafel, als ik me goed kan herinneren. En aan de lange wand hadden we planken opgehangen die volstonden met de boeken- en platencollectie. Retro was de stijl en we struinden alle 2e hands winkeltjes en markten af op zoek naar jaren ’50 objecten en kleding. Exota in de Jordaan was een goeie winkel voor kleding, net als Lady Dayt. Kapper Juan kwam aan huis en vond het heerlijk om mij bijna kaal te knippen. En dan zwart of knaloranje te verven. Ik liet het over me heen komen.

Intussen begon ik wat meer interesse te krijgen in het culturele leven. Ik ging steeds vaker naar musea, theater, zag alle films die maar uitkwamen en maakte mijn jaarlijkse favorietenlijstje in de eindejaarseditie van de Volkskrant. Ik had bedacht dat ik eigenlijk heel graag bij de ticketshop van het Amsterdams Uit Buro wilde werken om wat meer in het hol van de leeuw te komen en stuurde bij elke nieuwe advertentie een sollicitatiebrief. Drie keer werd ik afgewezen maar bij de vierde functie, op het secretariaat, dat dan weer wel, werd ik aangenomen. En zo begon ik te werken voor Arthur van Schendel in het gebouw wat nu De Balie is. Een tijdlang had ik het er erg naar mijn zin. De collega’s waren leuk, in het gebouw zat ook de redactie van de Uitkrant, met Clairy Polak onder andere, om maar eens een naam te droppen. Ook de Engelenbak hield daar kantoor, altijd lachen met Theo Ruijter om al die punks die zich op het Leidseplein verzamelden; en de stichting S.L.A.A. (of was het stichting de Balie, wil ik van afwezen) met, ja drop er nog maar een, Felix Rottenberg.

De eerste Uitmarkt werd opgezet en ik was vanuit het secretariaat daar zijdelings bij betrokken. Maar ik vond het zo leuk, dat ik in mijn vrije tijd daar heel veel vrijwillige uren aan meewerkte. Zo leerde ik mijn life long vriendin Maureen kennen en met een klein clubje onder leiding van Peter Floor hebben we een waanzinnig evenement op poten gezet in de Nes. Alle Nestheaters waren betrokken bij de eerste Uitmarkt en het was een overweldigend succes. Kicken was dat! Ik heb er later nog drie keer intensief aan meegewerkt.

 

Doodvermoeiend was het wel. Ik wilde weer terug naar 4 dagen werken, maar dat mocht niet van de zakelijk directeur. Ik stortte helemaal in en raakte overspannen. Arthur mompelde nog vaderlijk ‘misschien zit je hier niet op je plek’, wat ik hem toen niet in dank afnam, maar later realiseerde dat hij wel gelijk had. Het theaterwereldje en alles eromheen was te ondoorgrondelijk en ‘aanstellerig’ voor mij. Via Maureen kreeg ik toen te horen dat de op de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, waar zij fotografie deed, een functie beschikbaar was als ‘technisch assistent’ van Pieter Holstein, hoofd van de afdelink grafiek. Zij wist te vertellen dat Pieter eigenlijk het liefst een vrouw zocht die vooral organisatorisch werk zou gaan doen, dat technische aspect van machineonderhoud was wat hem betreft van ondergeschikt belang. En zo kwam het dat ik het ene moment nog overspannen in de ziektewet zat en de volgende maand begon te werken op de Rijksakademie ‘in reorganisatie’ op weg naar de ambitieuze ‘nieuwe stijl’ die het later is geworden.

Innerlijk broeide er veel bij mij. Ik was op zoek naar nieuwe uitdagingen, naar een andere invulling, naar meer diepgang, naar wat dan ook. Maar gesprekken met Lucio daarover leverden niet veel op, vanwege zijn stoïcijnse houding en mijn verwarring. We begrepen elkaar niet meer. En na een vrij intiem gesprek met een hongaarse schilder op de akademie over romantiek, liefde en alles wat belangrijk is in het leven, en zijn op zich zo banale woorden ‘jij verdient beter’, moest ineens wat mij betreft het roer om. Konden we er samen niet meer uitkomen, dan maar alleen. En ik vertrok vrij snel en abrupt uit Lucio’s leven, hem als een gewond dier in het huis achterlatend en zelf als een geschrokken vogeltje het nest verlatend..

9 Reacties op “Huizen en Hoven: Slaakstraat

      • Ja klopt, we hebben elkaar een keer eerder ontmoet bij Odeceixe. Toen camperen jullie bij de rivier, fantastisch plek, nooit meer vergeten. Later reis ik voor de eerste keer naar Nederland en leer ik jullie beter kennen en jullie huis bij de Slaakstraat.

Laat een reactie achter op Zé Alentejano Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s