Vijfde rib

Ik kwam weer eens zo’n onbetaalbaar boekje tegen bij het herinrichten van de boekenkasten. Het heet ‘Adam’s Vijfde Rib‘ met als veelbelovende ondertitel ‘Schoonheden van het zwakke en zwakheden van het schone geslacht’.  Het stamt uit 1936 en is een verzameling citaten van mannelijke wetenschappers, filosofen en schrijvers over ‘de vrouw’. Een zeker gevoel voor humor mag niet ontbreken als je dit prachtig geïllustreerde boekje op waarde wil beoordelen. En als er feministen rondlopen die zeggen dat we eigenlijk nog steeds niets bereikt hebben, dan verwijs ik graag naar onderstaande greep uit de wijsheden die toen interessant genoeg werden geacht om deel te laten uitmaken van De Uilenreeks, een literaire boekenreeks van de in 1934 opgerichte Amsterdamse uitgeverij Bigot & van Rossum.

Dit boekje komt oorspronkelijk uit de boekenkast van mijn ouders en ik ben ervan overtuigd dat mijn vader hier zijn ‘wijze woorden’ in zocht, omringd als hij was door vrouwen. Ik zelf heb ooit in een periode waarin ik op zoek was naar zelfvertrouwen een aantal van deze teksten gebruikt in combinatie met wat selfportroids, hetgeen prachtige resultaten opleverde. Het heeft een tijd lang als kleine minitentoonsteling in mijn eigen gang gehangen. Ik weet nog hoe vreselijk ik die teksten tóen vond, ik voelde me er persoonlijk door beledigd en gekwetst. Nu neem ik het nog eens door en vind het allemaal noagal lachwekkend. Het zegt in principe meer over die mannen in hun tijdsbeeld dan over de universele vrouw. Bovendien zijn het allemaal uit hun verband gerukte citaten die voor dit doel gretig bij elkaar zijn gezocht door een zekere Paul Guermonprez, die kort hierna als verzetsheld in WOII zal sterven. Een echte mannenman zeg maar.

Hier komen een aantal geselecteerde citaten en hun vermeende auteurs, leest en huivert:

‘Als er geen vrouwen op aarde waren, hoe gelukkig was heel de wereld! (Euripides)

De citaten van de in dit boek aangehaalde wijsgeren uit die tijd, zijn overigens heel mild in vergelijking tot die van de latere religieuze fanaten, zoals je hieronder kan lezen:

‘Er is geen kleed, dat een vrouw of meisje slechter staat dan dat der geleerdheid’ (Maarten Luther) of ook van hem: ‘Als ik nog eens een meisje zou vrijen, zou ik me een gehoorzame vrouw uit steen houwen; verder geloof ik niet meer aan de gehoorzaamheid van de vrouw’

Dan liever Shakespeare: ‘Vrouwen zijn heksen, zowel groten als kleinen’ (en ze moeten natuurlijk getemd worden, maar hij zag daar tenminste de humor van in)

Onze eigen Joost van den Vondel was wat somberder: ‘Een vrouw is duisent mannen t’ ergh’ of deze ‘Het vrouwvolck ringeloort en knevelt mannekracht’.

Ook Voltaire had niet veel op met de vrouwen: ‘De vrouw is een menselijk wezen, dat zich aankleedt, babbelt en zich uitkleedt’ maar misschien moet je dat ook wel een beetje zien in het licht van de pruikentijd.

Gothold Ephraim Lessing schijnt, als rechtgeaarde domineeszoon, geschreven te hebben: ‘Heeft een vrouw ooit iets bedacht, wat ze niet kon goedpraten?’

Goethe vond dat ‘Vrouwen zijn zilveren schalen, waarin wij gouden appelen leggen’ en die arme man heeft zijn personages wat af laten lijden!

Dit citaat van Jean Paul (Friedrich Richter) vond ik jaren geleden echt heel beledigend (nu vind ik het echt heel grappig, zo zie je maar dames, wat een beetje zelfvertrouwen kan doen!): ‘Vrouwen zijn satansgebroed: lijken zij slim, dan zijn zij het ook, lijken zij het niet, dan zijn zij het toch.’ en deze: ‘Op een vrouw wordt men dikwijls verliefd uit verveling; men weet verder niets met haar te beginnen.’

Ook Lord Byron had er ondanks (dankzij?) veelvuldige liefdesaffaires niet veel vertrouwen in: ‘Geloof in een vrouw of in een grafschrift, of in enig ander ding, dat vals is’

Wat Alfred de Musset beschrijft, moet ik tot mijn schaamte wel een beetje toegeven: ‘Een vrouw is als een schaduw: loop haar achterna, zij ontvlucht u, ontvlucht haar, zij loopt U achterna.’

En hier eindigt het boek met de ‘MORAAL’:

Behandel de vrouw met toegevendheid. Uit een kromme rib werd zij geschapen – God kon haar niet geheel recht meer maken. (Goethe)

Ik moet wel eerlijk toegeven dat geen enkel citaat mij tot nu toe heeft uitgenodigd tot het verder lezen van de oeuvres van bovenvermoemde ‘wijze mannen’, maar wie weet kom ik daar over nog eens 20 jaar aan toe..

3 Reacties op “Vijfde rib

  1. Een willekeurige greep over wat vrouwen over mannen, in dit geval Byron, denken:

    George Gordon Byron (Londen, 22 januari 1788 – Mesolongi, 19 april 1824), beter bekend als Lord Byron, was een Engels schrijver en dichter. Byrons reputatie berust niet alleen op zijn geschriften, maar ook op zijn leven vol aristocratische excessen, enorme schulden en talrijke liefdesaffaires. Lady Caroline Lamb noemde hem “gek, slecht en gevaarlijk om te kennen.”

    • Precies Anneke, alles is relatief, maar ik durf toch te verwedden dat er veel minder neerbuigende (dit heet overigens niet voor niks ‘paternalisme’) teksten te vinden zijn in de literatuur over mannen dan over vrouwen. En niet in de laatste plaats omdat vrouwen veel minder hebben gepubliceerd! 😉

Laat een reactie achter op Tinteling Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s