Self Portroids 1984-94

Archief: Self Portroids-I (1984)

In mei 1983 ging ik op mijn 28e voor het eerst in mijn leven zelfstandig wonen. Ik had een langdurige relatie achter de rug, die toen wel spannend leek, maar achteraf gezien niet erg gezond en vaak destructief was.

De daarop volgende jaren stonden in het kader van hevige twijfels en worstelingen, hoop en wanhoop, plezier en verdriet, verliefdheden en diepe teleurstellingen. Een tijd vol pogingen tot zelfreflectie in de hoop een nieuw zelfvertrouwen te vinden, dat niet gebaseerd was op de bevestiging van een ander.

Ik trok in mijn eerste piepkleine halve woning op drie hoog achter in de Jordaan. Mijn eigen domein, waar niemand mocht komen, behalve op mijn persoonlijke uitnodiging. Dit was mijn nieuwe, bijna nog maagdelijke eigen leven.

Het was in die zoekperiode, die meer dan 12 jaren duurde, dat ik begon mezelf vast te leggen met een polaroid camera. ‘Voor de grap’. Soms naturel, maar meestal ‘verkleed’ en opgemaakt naar gelang de stemming van dat moment. Ik had wel eens zelfportretten genomen met de polaroid, maar de echte verslaving begon met deze foto in 1984.

Hier nog een aantal Self Portroids uit datzelfde jaar:

Archief: Self Portroids-II (1985)

Het was niet weemoed dat haar trof, maar het idee dat de polaroids, die eens vluchtig waren, zo onwrikbaar haar ooit vastlegde. @ereszet


1985 was een jaar van wederom roken-niet-roken, van hij-houdt-van-mij-hij-houdt-niet-van-mij en veel zuchten met vriendinnen. Maar ook van eindeloze bezoekjes aan theaters, café’s en een psychiater die ik de tuinkabouter noemde. Dat laatste kwam de therapie niet ten goede.

Ik verfde mijn haar zwart en schurkte tegen de punks aan, net als ik jaren eerder had gedaan met de hippies. Ik was geen groepsdier, voelde me eigenlijk nergens thuis, niet eens bij mijzelf. Onhandig in gezelschap, en toch sociaal begaafd. Ik was een contradictie, een raadsel voor velen, een zeurkous voor anderen.
Of vertel ik nu te veel…?



Archief: Self portroids-III (1986)

Je werk doet mijn onvoltooid verleden tijd bubbelen. Je zet aan tot droomgraven in de blinde plekken van m’n geheugen. #bitterzoet @tanjanabben

“A tree is best measured when it’s down. A past is best measured when it’s gone”


Dat jaar ga ik verhuizen van de halve woning 3 hoog achter naar een monumentaal pand aan de grachtengordel. Door chaos omringd begint de lente en een nieuwe liefde, things are looking up. Er volgen een paar intense maanden van pril geluk. We vrijen in alle portieken en reizen naar Denemarken, Basel en Parijs op weg naar schoonheid en kunst. Ik werk nog steeds bij de Rijksakademie, die nu uit haar rommelige reorganisatiefase begint te komen. De burocratie slaat toe, ik heb daar heel veel moeite mee.

Dan verdwijnt mijn liefde met de noorderzon (lees IJsland), ik blijf thuis, vergeefs op zijn terugkeer wachten.

Hij verdwijnt van de aardbodem, zonder afscheid. Ik ben gebroken.
Mijn werk is ook niet meer uit te houden. Nog een laatste ‘studiereis’ naar Boedapest, een reis waarvan ik me achteraf niets meer kan herinneren, ik ben opgebrand. Na terugkomst hoef ik niet langer te werken. Ik heb ‘eervol’ ontslag gekregen en kan rekenen op een goede wachtgeld uitkering.

De toekomst ligt weer open.
Ik geniet van mijn huis en maak nieuwe plannen. Ik wil een grote reis gaan maken..

Archief: Self Portroids-IV (1987-1994)

Het jaar 1987 begint met een uitnodiging om naar Australië te komen en in april vertrek ik, voor het eerst alleen ver weg. Ik heb er zin in.


Vier maanden heb ik daar rondgereisd, steden, woestijnen, kamelen en aboriginal cultuur veroverend. En mezelf ook wel een beetje.
Weer terug in Nederland, rusteloos, vlieg ik meteen door naar Portugal.
Dan komt echter toch weer het moment dat ik het dagelijkse leven moet oppakken. Maar zonder werk is dat heel anders. Hoewel ik heel erg geniet van mijn vrijheid, slaat mijn tobbend hoofd ook vaak op hol.

Ik zoek wat klussen. Ga huizen schilderen met bevriende aannemers. Ga ook zelf maar weer eens verhuizen. Zet archieven op voor een reclameburo. Doe wat cursussen bij de televisie. Productie, nee, dat is het niet. Scenarioschrijven, ja, lijkt me wel wat. Maar mijn script blijft onaf. Het hoofd wil niet.
Dan ga ik maquettes bouwen bij een bevriend architectenkantoor, hun gezelschap is als een warm bad, ik zit lekker te priegelen met mijn handen. Het helpt wat. Ik ga ook veel varen met de Mjojo, je moet toch wat met je tijd.

Liefdes komen en liefdes gaan en mijn depressie lijkt maar niet te verslaan.

Na een paar jaar intensief aan mezelf sleutelen met behulp van een bijzondere onorthodoxe vrouw stuurt zij mij nog weer naar Australië. Het is 1993. Deze komende vier maanden, die ik voornamelijk doorbreng in the Northern Territory (van Alice tot Darwin en verre uithoeken eromheen), raak ik steeds meer gefascineerd door Aboriginal kunst.
Dan leiden alle wegen weer naar een nieuwe bestemming.

Terug in Nederland richt ik een stichting op om Aboriginal kunst meer bekendheid te geven in Nederland. Ik maak een hele mooie tentoonstelling die zijn première viert in de gigantische Zuiveringshal van de toen nog niet verbouwde Westergasfabriek. Deze tentoonstelling reist daarna in steeds wisselende vorm door Nederland en België. We verkopen uiteindelijk rond de 80 schilderijen in 1 jaar, geld dat terugvloeit naar de aboriginal coöperaties bij wie ik de doeken vandaan heb gehaald.
Het zijn mooie, spannende tijden, waarbij ik bevlogen en druk bezig ben, en lekker veel op en neer mag naar Australië.

Maar ben ik nou dan eindelijk tevreden….?

In 1995 ga ik ‘even op vakantie’ naar Andalusië om bij te komen van de drukte.

The rest is history and present…)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s